Aanleiding: daling in deelname vraagt om gedragsinzichten
De deelname aan bevolkingsonderzoeken naar kanker daalt, terwijl deze onderzoeken cruciaal zijn voor vroege opsporing en behandeling. Veel mensen hebben wel de intentie om mee te doen, maar zetten die intentie niet om in actie. Deze gedragsanalyse brengt de motieven en belemmeringen in kaart, en de verschillen tussen doelgroepen per bevolkingsonderzoek: borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker. Doel is niet om mensen over de streep te trekken die bewust niet willen deelnemen, maar om communicatie beter af te stemmen op twijfelaars en mensen met een positieve intentie – en hen zo een zetje te geven richting daadwerkelijke deelname.
De analyse richt zich op Nederlanders die in aanmerking komen voor de bevolkingsonderzoeken:
- vrouwen van 30-65 jaar (baarmoederhalskanker)
- vrouwen van 50-75 jaar (borstkanker)
- mannen en vrouwen van 55-75 jaar (darmkanker)
Er is bijzondere aandacht voor doelgroepen met lagere deelnamecijfers, zoals alleenstaanden, mensen met een lage sociaaleconomische status en personen met een niet-westerse migratieachtergrond.
Methode: mixed-method aanpak
Het onderzoek is uitgevoerd door een extern bureau, in opdracht van het RIVM en DPC:
- Voor elk bevolkingsonderzoek is een representatieve steekproef benaderd (n=1.037-1.192). Zij kregen een gestandaardiseerde vragenlijst over gedragsbepalers, gebaseerd op het CASI-model.
- Naast online dataverzameling werd aanvullend veldwerk face-to-face uitgevoerd onder mensen met een niet-westerse migratieachtergrond en laaggeletterden.
- Met behulp van factor- en regressieanalyses zijn gedragsbepalers geïdentificeerd die samenhangen met (de intentie tot) deelname.
- Daarnaast is een latente klasse-analyse uitgevoerd om doelgroepsegmenten per bevolkingsonderzoek te onderscheiden. Hiermee zijn per bevolkingsonderzoek vier herkenbare typen deelnemers geïdentificeerd die van elkaar verschillen op factoren als houding, gewoonte, weerstand, gevoel van kunnen en sociale omgeving.
Resultaat: gewoontevorming sterkste voorspeller van gedrag
Deelname wordt in alle drie de bevolkingsonderzoeken het sterkst voorspeld door gewoontevorming: vind je het vanzelfsprekend om deel te nemen en ervaar je dit als een gewoonte, dan is de kans groter dat je bij een volgende uitnodiging (ook) meedoet. Toch verschillen de onderliggende gedragsbepalers per bevolkingsonderzoek. Figuur x laat per bevolkingsonderzoek zien welke gedragsbepalers een positief (groen) of negatief (rood) significant effect hebben op deelname.
Belang van gedragsbepalers voor deelname, per type bevolkingsonderzoek
Opvallend is dat de deelnamekans kleiner is bij een eerste uitnodiging. Dit wijst op het belang van communicatie gericht op eerstgenodigden en een positieve ervaring bij de eerste deelname. Voor alle bevolkingsonderzoeken zijn er vier segmenten te onderscheiden: gemotiveerden, sceptici, twijfelaars en volgers – elk met andere motivaties en belemmeringen.
Impact: gefundeerde basis voor communicatiestrategieën
Deze gedragsanalyse biedt een gefundeerde basis om de communicatie over bevolkingsonderzoeken doelgroepgerichter en effectiever te maken. Het gedragsadvies luidt: richt de communicatie op gedrag (‘doe mee’) in plaats van op de geïnformeerde keuze om wel of niet mee te doen. Dit helpt om de kloof tussen intentie en gedrag te overbruggen.
Zet verder in op drie strategieën: gewoontegedrag bevorderen, deelname zo makkelijk mogelijk maken en het gevoel van kunnen vergroten. Met het inzicht in de gedragsbepalers per bevolkingsonderzoek en doelgroepsegment kunnen interventies ontwikkeld worden om specifieke belemmeringen weg te nemen. Denk aan empathische communicatie voor mensen die twijfelen of bezorgd zijn. Of herinneringen voor mensen die wel willen deelnemen maar dit uitstellen. Of het automatisch meesturen van zelftesten voor wie een uitstrijkje bij de huisarts een te hoge drempel vindt. Op de lange termijn kan dit deelname aan de bevolkingsonderzoeken helpen vergroten.