Ouderen aan het werk met premiekorting

De kennisbank biedt een overzicht van projecten binnen de (rijks)overheid waarbij gedragsinterventies wel of niet werkten. Zo kun je op eenvoudige wijze inspiratie opdoen en in contact komen met mensen die met vergelijkbare projecten bezig zijn.

Ontbreekt jouw project in dit overzicht? Laat het ons weten! Project indienen

 

In een experiment zijn drie verschillende brieftypen verstuurd om bedrijven erop te wijzen dat ze premiekorting kunnen ontvangen wanneer zij een oudere uitkeringsgerechtigde aannemen. Deze brieven hebben een positief effect gehad op het gebruik van de premiekorting.

Onderwerp

Arbeidsmarkt

Betrokken overheidsorganisatie(s)

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Gebruikte gedragstechnieken

Sociale normen
Verliesaversie
Overig

A-selecte toewijzing aan condities?

Ja

Kanaal interventieconditie(s)

Brief

Aanleiding: meer experimenten met gedragsbeïnvloeding

Het ministerie van SZW wil meer gedragswetenschappelijke inzichten inzetten in het beleid. Hoe zijn keuzes van mensen zo effectief mogelijk te beïnvloeden? Om daarachter te komen zet SZW experimenten op. In dit geval richt het experiment zich op werkgevers die nieuwe werknemers willen werven. Ze kunnen een korting krijgen op werkgeverspremies (voor o.a. WW en WIA) als ze oudere uitkeringsgerechtigden in dienst nemen.     

Interventie: brieven aan bedrijven

Er zijn drie verschillende brieven verstuurd naar een selectie van bedrijven om hen te wijzen op de mogelijkheid om premiekorting te ontvangen wanneer zij een oudere uitkeringsgerechtigde aannemen. De brieven zijn opgesteld op basis van gedragseconomische literatuur: welke factoren spelen een rol bij het besluit van werkgevers om nieuwe medewerkers te werven en in dienst te nemen? Iedere brief speelt in op een andere factor:

  • een financieel voordeel
  • verliesaversie: het mislopen van inkomsten
  • de sociale norm voor bedrijven.

In elke brief is daarnaast een standaard passage opgenomen met informatie over de wijze hoe de premiekorting kan worden verkregen. Dit is gedaan om in te spelen op de behoefte van werkgevers om hun administratieve lasten bij deelname aan een speciale regeling zo laag mogelijk te houden.  

Methode: RCT

Om het effect te testen is een veldonderzoek gehouden. Hiervoor heeft UWV een steekproef getrokken van vier keer 10.000 werkgevers. Elk van de drie brieven is gestuurd aan 10.000 werkgevers: kleine en middelgrote bedrijven (minder dan 100 werknemers) en grote bedrijven (meer dan 100 werknemers). Wie welke variant van de brief kreeg, was toeval (aselecte toewijzing). De steekproef is bepaald met poweranalyse. De resultaten zijn vergeleken met een controlegroep van eveneens 10.000 werkgevers die geen brief hebben ontvangen. Via beschrijvende statistieken en regressieanalyses is vervolgens onderzocht welk effect de brieven hebben gehad op het gebruik van de premiekorting en het aannemen van werkloze 56-plussers. Hierbij is niet alleen gekeken naar het afzonderlijk effect van elke briefvariant, maar ook naar het effect van het wel of niet ontvangen van een brief. Dit om te bepalen wat het effect is geweest van de factor administratieve lasten. Het experiment liep van juli 2016 t/m september 2017. Deze lange looptijd was noodzakelijk omdat kleine bedrijven veel minder vaak dan grote bedrijven werknemers werven.

Resultaat: meer kleine en middelgrote bedrijven gebruiken premiekorting

De brieven hebben een positief effect op het gebruik van de premiekorting, maar alleen bij kleine en middelgrote bedrijven die vóór de experimentperiode nog geen premiekorting kregen. In vergelijking tot bedrijven die geen brief ontvingen, gaan meer van deze bedrijven gebruikmaken van de premiekorting. Bedrijven die al wel premiekorting kregen of grote bedrijven die nog geen premiekorting gebruikten, gaan door de brieven niet meer (of minder) mensen met korting aannemen.

Van de 19.390 kleine en middelgrote bedrijven die een brief ontvingen en nog geen premiekorting kregen, maakten daarna ongeveer 131 werkgevers gebruik van die korting (vergeleken met soortgelijke bedrijven in de controlegroep, die dus geen brief ontvingen). Deze bedrijven hebben 150 extra werknemers met een premiekorting aangenomen. Het gaat gemiddeld dus om iets meer dan één extra werknemer per bedrijf. Er zijn geen significante verschillen gevonden tussen sectoren en regio’s.

Daarnaast is uit het onderzoek gebleken dat de brieven die inspelen op de sociale norm en de verliesaversie een sterker effect hebben dan de brief die ingaat op het financieel voordeel. Het verschil tussen het effect van de brieven is echter niet statistisch significant.

Impact: geen betere arbeidsmarktpositie van ouderen

Kleine en middelgrote bedrijven die nog geen premiekorting gebruikten zijn dit door de brief wel gaan doen. Dit effect is weliswaar klein maar significant. Het doel van de premiekorting voor ouderen is echter om de arbeidsmarktpositie van 56-plussers te verbeteren. Dit lijkt niet te zijn gerealiseerd: er zijn niet meer 56-plussers in dienst genomen en er is geen effect op de totale werkgelegenheid.

De bedrijven die meer premiekorting gaan gebruiken door de brief kunnen enerzijds meer ouderen hebben aangenomen omdat ze voor hen aanspraak op een premiekorting maken. Anderzijds is het mogelijk dat bedrijven premiekorting aanvragen voor ouderen die ze anders ook al hadden aangenomen. Het onderzoek biedt geen uitsluitsel over deze twee mogelijke verklaringen. Dat bedrijven nog geen gebruik maakten van de regeling lijkt dus vooral het gebrek aan kennis te zijn van de regeling en/of onduidelijkheden rondom het aanvraagproces. Mogelijk heeft de brief de drempel om aan te vragen weggenomen.   

Kosten en baten

Kosten en baten zijn niet berekend.   

Contact

Frans de Haan, Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

 

Afbeeldingen

Twitter

Cookie-instellingen