Afval bewoners van hoogbouw beter gescheiden

De kennisbank biedt een overzicht van projecten binnen de (rijks)overheid waarbij gedragsinterventies wel of niet werkten. Zo kun je op eenvoudige wijze inspiratie opdoen en in contact komen met mensen die met vergelijkbare projecten bezig zijn.

Ontbreekt jouw project in dit overzicht? Laat het ons weten! Project indienen

 

Om te bevorderen dat hoogbouwbewoners hun afval beter gaan scheiden zijn tien interventies getest in zes gemeenten. Met sommige interventies nam het gewenste gedrag met wel 40% toe, gemeten in het aantal keer dat mensen bioafval wegbrachten.

Onderwerp

Duurzaamheid

Betrokken overheidsorganisatie(s)

Gemeente
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Rijkswaterstaat
Overig

Gebruikte gedragstechnieken

Deadlines
Feedback
Sociale normen
Overig

A-selecte toewijzing aan condities?

Ja

Kanaal interventieconditie(s)

Brief
In persoon (bv telefonisch of fysiek gesprek)
Overig

Aanleiding: belemmeringen voor mensen in flats om afval te scheiden

Voor grote steden is het een knelpunt dat bewoners in de hoogbouw hun afval nog niet goed scheiden. Er zitten nog te veel grondstoffen in het restafval die er ook niet via nascheiding uit te halen zijn. Dit komt bijvoorbeeld door minder (opslag)ruimte in en rondom de woning, een lange weg naar gedeelde afvalcontainers zonder eigenaarschap en een gebrek aan motivatie en controle. Het doel van het project is daarom effectieve instrumenten te vinden om bewoners hun bioafval beter te laten scheiden in gebieden met veel stedelijke hoogbouw. Het ministerie van IenW en Rijkswaterstaat werken hiervoor samen met zes gemeenten: Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, Den Haag, Almere en Schiedam. Verder zijn HVC en Irado betrokken, twee samenwerkingsverbanden voor afvalinzameling, en ook de brancheorganisatie NVRD en de VNG.           

Interventie: communicatie, hulpmiddelen en fysieke aanpassingen

Er zijn in de periode 2017-2019 verschillende interventies ingezet, uitgaande van meerdere gedragstechnieken:

  • Om het gemak en het ‘kunnen’ te vergroten, is de afstand tot het inzamelpunt verkleind. Ook is de opslag van afval in huis gefaciliteerd. Daarvoor zijn er huis-aan-huis hulpmiddelen uitgedeeld, zoals aanrechtbakjes voor groenten-, fruit- en etensresten en combibakken.
  • Om persoonlijke doelen te stellen en te activeren zijn er gesprekken gevoerd en stickers overhandigd. Per brief is dat gedaan voor groepsdoelen en feedback daarop.
  • Er is ingezet op attitudebeïnvloeding, met communicatie over het nut van afvalscheiding.
  • De sociale norm is versterkt en geactiveerd met posters in gebouwen en er is social modeling ingezet via een brief met een stripverhaal.
  • Via een brief is feedback gecombineerd met het stellen van groepsdoelen.
  • De weerstand tegen afvalscheiding werd erkend en verminderd via een tekst op verstrekte inzamelzakken.
  • Bewoners kregen een cadeau vooraf en er werd een beloning in het vooruitzicht gesteld. Dit ging per brief. 

Methode: RCT

In het project zijn per gemeente een of meerdere interventies toegepast, na elkaar of in combinatie. Er is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van RCT, met een controlegroep. Bij sommige interventies/situaties was dat niet mogelijk. Zie het rapport voor informatie over hoe de tien interventies precies zijn beproefd.

Resultaat: top drie van interventies

De drie interventies die het meest effectief bleken, zijn: opslag in huis faciliteren, groepsdoelen stellen & feedback geven, en attitude beïnvloeden (nut van afvalscheiding). Ze verhogen de frequentie van het aanbieden van bioafval met zo’n 25 tot 50%. Bovendien zijn ze in verhouding voordelig en praktisch haalbaar.

Impact: aantoonbare invloed op circulaire economie

Het scheidingspercentage in Nederland is ongeveer 55% (cijfer 2018). Daaraan draagt het scheiden van organisch afval in de hoogbouw 1,5 procentpunt bij, over heel Nederland genomen. In steden met veel hoogbouw is die bijdrage groter. Voor bijvoorbeeld Rotterdam is dat 4,7 procentpunt.

Als gemeenten inzetten op scheiding van bioafval in hoogbouw, heeft dat dus een aantoonbare impact op een transitie naar een circulaire economie waarin grondstoffen worden hergebruikt.      

Kosten en baten: alleen relatief bekeken

De kosten en baten per interventie zijn niet gespecificeerd in het project. Wel is een uitspraak gedaan over de relatieve kosten (zie figuur).  

Contact

Addie Weenk, Rijkswaterstaat

 

Afbeeldingen

Toegevoegde bestanden

Twitter

Cookie-instellingen